Een jaar geleden, kort na de moord op de zeventienjarige Lisa in Duivendrecht, werd de campagne ‘Wij eisen de nacht op’ opgericht. De actie groeide binnen enkele dagen uit tot de grootste Nederlandse crowdfundingsactie van 2025, met meer dan 500.000 euro aan donaties en blauw-gele posters door het hele land. Nu, augustus 2026, is het tijd om terug te kijken. Wat is er veranderd en wat nog niet?
Meer aandacht
De cijfers laten een duidelijk patroon zien. In de tweede helft van 2025 schoot het aantal media-publicaties over vrouwveiligheid omhoog: van ongeveer duizend naar ruim tienduizend. Er kwam een Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld, gemeenten startten initiatieven en het onderwerp werd bespreekbaar op scholen, werkvloeren en sportclubs.
Maar in 2026 zakte die aandacht weer terug. Initiatiefnemer Danique de Jong lanceert daarom deze maand een vervolg: samen met Global Media & Entertainment komen de bekende posters structureel terug in het straatbeeld, niet meer gekoppeld aan een specifiek incident, maar als blijvend signaal. Ook fietsten de Dolle Mina’s in verschillende steden weer de nacht in om aandacht te vragen voor de veiligheid van vrouwen.
Wat onderzoek laat zien
Onderzoek van het EenVandaag Opiniepanel, een jaar na de start van de beweging, bevestigt hoe laag het veiligheidsgevoel van jonge vrouwen nog steeds is. Acht op de tien ondervraagde jonge vrouwen maakten het afgelopen jaar een vorm van straatintimidatie mee: aanstaren, nafluiten, opmerkingen, aanraking. Bij ruim de helft van de incidenten waar omstanders bij waren, greep niemand in. Door het lage veiligheidsgevoel in het donker nemen bijna alle jonge vrouwen inmiddels voorzorgsmaatregelen, van een andere route tot appen dat ze veilig thuis zijn.
Wat wel blijkt is dat er meer bewustzijn is over het thema onder jonge vrouwen én mannen. Uit het panel blijkt dat 68% van de jongeren meer bezig is met de veiligheid van vrouwen op straat dan voorheen. Maar bewustzijn alleen verandert het straatbeeld nog niet.
Van incident naar patroon
Een terugkerend punt in de reflecties van De Jong is dat het gesprek en de aandacht te vaak van incident naar incident springt. Na elk schokkend nieuwsbericht laait de verontwaardiging op, om vervolgens weer weg te zakken zodra het nieuws verdwijnt. Maar geweld en intimidatie is een structureel probleem dat overal voorkomt. Het gebeurt achter de voordeur, in de sportschool, op de dansvloer en op straat. De publieke ruimte wordt helaas nog steeds gekenmerkt door straatintimidatie en voelt voor veel mensen niet veilig aan.
Straatintimidatie wordt vaker niet dan wel gemeld. Losse incidenten voelen al snel als “te klein” om te melden. Ons meldpunt maakt het juist mogelijk om die losse ervaringen bij elkaar te brengen: niet als los nieuwsbericht, maar als een patroon dat zichtbaar wordt. Elke melding, hoe klein ook, telt mee in dat grotere beeld.
Wat ‘Wij eisen de nacht op’ ons leert
Een jaar na ‘Wij eisen de nacht op’ blijft de opdracht dezelfde als toen: niet wachten tot het volgende incident het nieuws haalt, maar structureel blijven bouwen aan verandering. Bij Intimideer Mij Niet doen we dat door drempels voor melden zo laag mogelijk te maken om te melden. We bieden nazorg aan mensen die straatintimidatie hebben meegemaakt, bieden herkenning, erkenning en steun. Zo helpen we bij het hervinden van veerkracht en vertrouwen. Daarnaast vormen we van individuele ervaringen een collectief beeld, dat gemeenten kan helpen met het invoeren van structurele maatregelen. En we blijven de straat op gaan: om het gesprek te voeren waar de intimidatie zelf plaatsvindt.
Maak jij straatintimidatie mee of zie je het gebeuren? Je kan hier een melding van maken op ons straatintimidatie meldpunt www.intimideermijniet.nl. Dankzij dit meldpunt maken we inzichtelijk wat, waar, door wie, wanneer en hoe straatintimidatie ontstaat.
Wil jij zelf meewerken aan een straat die voor iedereen veilig is? Wordt vrijwilliger bij IMN! Meld je aan via imn@bo-diversity.com